Swipen en streamen: zo gaan Zeeuwse ouders daar mee om

ZB| Planbureau 26 maart 2021
|

Van vrijdag 26 maart tot en met vrijdag 2 april zijn het de Media Ukkie Dagen. Tijdens deze dagen wordt er landelijk aandacht gevraagd voor de mediaopvoeding van jonge kinderen tot 6 jaar. Die kleintjes weten hun weg in de digitale wereld maar al te goed te vinden. Dat kan schattig zijn, goed voor de ontwikkeling of komt ouders soms simpelweg goed uit. Maar er zijn ook nadelen aan dat swipen en streamen. Hoe gaan Zeeuwse ouders om met schermtijd en hoe voeden zij hun jonge kind mediawijs op? 

In Jeugdmonitor Zeeland ondervroeg ZB| Planbureau in het najaar van 2020 in totaal 1.125 Zeeuwse ouders of verzorgers met een kind van drie of vier jaar over het opgroeien en de opvoeding van hun kinderen. Ouders deelden met ons hoe vaak hun jonge kind zich bezig houdt met schermen en ook reageerden zij op stellingen over mediaopvoeding. De stellingen uit het onderzoek van Jeugdmonitor Zeeland sluiten aan op die van de landelijke monitor ‘Iene Miene Media’, een landelijk onderzoek onder ouders of verzorgers met een of meer kind(eren) van 0 t/m 6 jaar. Wij vergelijken de resultaten over houding van Zeeuwse ouders van jonge kinderen met de landelijke cijfers. Tenzij anders vermeld, maken wij bij deze vergelijking gebruik van de gegevens van ouders van 3- en 4-jarigen uit het Iene Miene Media onderzoek 2021.

Schermtijd op het dagprogramma

De offline activiteiten, zoals binnen en buiten spelen, lijken nog steeds erg populair voor de Zeeuwse jonge kinderen. Desondanks zijn de digitale activiteiten inmiddels niet meer weg te denken uit de leefwereld van kinderen. In Zeeland maken media (TV of filmpjes kijken en online spelletjes of oefeningen doen) voor ruim de helft van de drie- of vierjarigen dagelijks deel uit van het programma. Met name door het kijken van televisie of filmpjes via andere kanalen. We zien daarnaast dat bijna een op de tien kinderen dagelijks een online spelletje, oefeningen of puzzel doet. 

Figuur 1: Aandeel 3- of 4-jarigen dat activiteit dagelijks doet

Wanneer we de vergelijking maken tussen de stedelijke en niet-stedelijke gebieden, zien we dat kinderen buiten de Zeeuwse steden (51%) vaker elke dag buiten spelen dan in de steden (40%). Bovendien lijken de kinderen in de stad (57%) iets vaker dagelijks televisie te kijken dan erbuiten (52%). Mogelijk liggen hier ook achtergrondkenmerken van de ouders aan ten grondslag. Bij de digitale activiteiten (televisie of filmpjes kijken of online spelletjes, oefeningen of puzzels doen) zien we geen verschillen tussen jongens en meisjes. 

Media als opvoedmiddel

Zeeuwse ouders zetten media in mindere mate in voor de opvoeding. Bijna de helft van de ouders in Zeeland geeft kinderen een tablet, smartphone of televisie als hij of zij even geen tijd heeft. Landelijk zien we dat driekwart van de ouders dat doet. In Zeeland vindt ruim twee derde van de ouders media handig om het kind bezig te houden als ze een moment rust kunnen gebruiken. Landelijk ligt dit percentage nagenoeg gelijk. Het inzetten van media om het kind in slaap te laten vallen, wordt erg weinig herkend door Zeeuwse ouders, terwijl landelijk bijna een kwart van de ouders dit doet.

Figuur 2: Aandeel ouders dat het (helemaal) eens is met de stelling
Doorgaans rekenen ouders van 3 en 4-jarigen het meest op schermen als ondersteuning. Dus opmerkelijk dat dat in Zeeland lager is. Mogelijk zijn in de landelijke cijfers meer grootstedelijke ouders betrokken, die anders omgaan met beeldschermen in de opvoeding dan ouders in het (landelijkere) Zeeland?
prof. dr. Peter Nikken (Lector Jeugd & Media Hogeschool Windesheim en hoogleraar Mediaopvoeding Erasmus Universiteit Rotterdam)
Schermen blijven liefst uit

Wij hebben ouders gevraagd naar de rol van media in het leven van hun kinderen. Wederom hebben we de cijfers vergeleken met het landelijk onderzoek, maar dit keer vergelijken wij de cijfers met resultaten uit het 2020 onderzoek van Iene Miene Media onder ouders van 0-6 jarigen. Hier dient bij de interpretatie van de resultaten rekening mee gehouden te worden.

Een grote meerderheid van de Zeeuwse ouders ziet liever dat hun jonge kind met andere dingen bezig is dan media. In Zeeland ligt dit aandeel (82%) hoger dan landelijk (65%). Ook vinden Zeeuwse ouders relatief vaker dan de ouders in de rest van Nederland dat buiten spelen het kind meer leert dan media en dat (offline) speelgoed beter is voor het kind. De Zeeuwse ouders herkennen zich ten opzichte van het landelijk gemiddelde beduidend minder vaak de stelling dat kinderen graag dingen van reclames willen hebben of eten (12% tegenover 28%). Al met al zien ouders in Zeeland hun drie- of vierjarige liever zonder scherm dan met scherm.

Figuur 3: Aandeel ouders dat het (helemaal) eens is met de stelling
In media schuilt gevaar

Ruim de helft van de Zeeuwse ouders is het (helemaal) eens met de stelling “Door het gebruik van media kan mijn kind slechter gaan zien.”. Ook landelijk denkt bijna de helft van de ouders dat hun 3- of 4-jarige slechter gaat zien door schermen. In Jeugdmonitor Zeeland deelde bijna twee derde van de ouders dat ze in media gevaar zien omdat hun kind zo in contact kan komen met verkeerde personen. Landelijk zagen we in de uitvraag van 2020 dat ouders van 0-6 jarigen dit risico ongeveer gelijk inschatten (56%).

Figuur 4: Aandeel ouders dat het (helemaal) eens is met de stelling
Positieve effecten van media: onbekend terrein

Wanneer Zeeuwse ouders wordt gevraagd naar de positieve kanten van media, zien ze die minder vaak dan de landelijke monitor toont. Voor zowel taal- als rekenvaardigheid lijken ouders niet helemaal overtuigd van de invloed van digitale middelen. Uit onderzoek blijkt echter dat media wel degelijk taalontwikkeling en rekenvaardigheid kan stimuleren, mits er goed aanbod is voor het kind (Leesmonitor, 2021). Zes op de tien ouders van 3-4 jarigen zijn landelijk overtuigd van de een positieve impact van media op taal- en rekenvaardigheid. Ook het gebruik van media door het kind samen met anderen (gezinsleden of vrienden) om het kind zo geduld aan te leren wordt door Zeeuwse ouders minder breed gedragen dan landelijk. Bijna één derde van de ouders gelooft in een dergelijk effect van media, waar dit landelijk bijna het dubbele is. 

Figuur 5: Aandeel ouders dat het (helemaal) eens is met de stelling
Kortom

Zeeuwse ouders zijn minder overtuigd van de positieve effecten van media voor hun jonge kinderen dan dat landelijk wordt gemeten. De gevaren van de digitale wereld schatten we ongeveer gelijk in als de gemiddelde Nederlandse ouder. De sleutel tot een succesvolle mediaopvoeding zit in het aanbieden van juiste media en het beperken van de risico’s. En precies daarom zijn er de Media Ukkie Dagen; ze laten zien wat er mogelijk is met media. Dit jaar (2021) staan de dagen in het teken van interactief gebruik van media voor de kleinsten.

Lees of leer meer
  • Denise Bontje (specialist Taal en Media) geeft op woensdag 31 maart 2021 van 20u tot 21u een landelijk webinar voor ouders met jonge kinderen over mediaopvoeding;
  • Praktische tips voor mediaopvoeding thuis via Media Ukkie Dagen
  • Op de site van Mediasmarties zijn geschikte digitale middelen te vinden per leeftijd en thema; 
  • Een boek vol antwoorden voor (groot)ouders over een evenwichtig digitaal aanbod: De Schermwijzer van prof. dr. Peter Nikken en dr. Dian de Vries.
Data

In het najaar van 2020 heeft ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland de Jeugdmonitor Zeeland uitgevoerd onder ouders van jonge kinderen die zijn geboren in 2016. Hiervoor is een schriftelijke en online vragenlijst gebruikt. Het onderzoek wordt eens in de vier jaar gehouden en is onderdeel van een cyclus waarin we ook kinderen in de basisschoolleeftijd, het voortgezet onderwijs en jongvolwassenen ondervragen. Uit de responstabel blijkt dat deelname van ouders in sommige gemeenten wat lager ligt dan in andere gemeenten (zoals bijvoorbeeld in de gemeente Vlissingen). Het databestand is daarom gewogen naar het aantal kinderen dat per gemeente geboren is in 2016. De landelijke monitor Iene Miene Media is in 2021 afgenomen in januari in opdracht van Netwerk Mediawijsheid. Let wel: voor Iene Miene Media zijn ouders benaderd met één of meer kind(eren) in de leeftijd van 0 t/m 6 jaar. Voor dit artikel zijn de gegevens van de leeftijdsklasse 3- en 4-jarigen uitgesplitst. Dat is vergelijkbaar met de doelgroep van Jeugdmonitor Zeeland, waar ouders met een kind van 3 of 4 jaar zijn benaderd. 

Dankwoord

Wij willen prof. dr. Peter Nikken (Lector Jeugd & Media bij hogeschool Windesheim en hoogleraar Mediaopvoeding bij Erasmus Universiteit Rotterdam) en Aniek Breevoort (productmanager Netwerk Mediawijsheid) bedanken voor het aanleveren van de resultaten van de subanalyse uit Iene Miene Media Monitor 2021. Karien Krijt (domeinspecialist Educatie ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland) bedankt voor het wegwijs maken in de wereld van mediaopvoeding. 

Bronnen

Netwerk Mediawijsheid (2021). Iene Miene Media Monitor 2021. 

Leesmonitor (2021). Digitale kinderboeken. Geraadpleegd van www.leesmonitor.nu/nl/digitale-kinderboeken